Op 6 oktober 2010 heeft Wijkraad-Oost een discussie georganiseerd over het onderzoek dat hij heeft laten doen naar de huisvestingssituatie van ouderen. Daarvoor waren uitgenodigd woningbouwverenigingen, ontwikkelaars, architecten, ouderen en ouderenorganisaties ambtenaren en de verantwoordelijke wethouder.

De wijkraad constateert dat er te weinig geschikte woningen voor ouderen zijn in Oost. duidelijk is ook, dat dit tekort er al vele jaren is en niet verandert. het blijkt, dat ouderen zonder begeleiding niet verhuizen, hoewel ze in een ongeschikte woning zitten. Het moet worden vastgesteld dat ook het geschikt maken van de eigen woning zonder begeleiding maar weinig gebeurt. De wijkraad hoopt dat gerichte  samenwerking tussen aanwezige partijen verbetering in die situatie kan brengen. De wijkraad hoopt dat deze avond een gentlemans agreement oplevert om binnen een half jaar een aantal concrete projecten te benoemden en te monitoren.

Gedurende het eerste deel van de avond wordt geïnventariseerd hoe aanwezigen zich verhouden tot dit vraagstuk, in het tweede deel wat zij concreet met elkaar denken te kunnen afspreken.

* Gedeeld wordt de notie dat we spreken over een leeftijd van 75+ in plaats van de ‘standaard’van 55+.  Pas als de gebreken daadwerkelijk niet meer over het hoofd te zien zijn gaan mensen maatregelen overwegen. Sommigen denken, dat door betere informatievoorziening en begeleiding ouderen gestimuleerd moeten worden om eerder te verhuizen of te verbouwen.

De meeste aanwezigen vinden, dat (zeker in Oost) zelfredzaamheid, eigen initiatief leidende principes moeten zijn. Dat senioren niet eerder dan noodgedwongen maatregelen overwegen moet als een gegeven beschouwd worden.

De wethouder vindt voor de meeste mensen een verhuisadviseur niet nodig. Wél vindt hij het vanzelfsprekend, dat woningbouwverenigingen hun huurders binnen hun eigen bezit begeleiden/informeren bij verhuizing naar geschiktere woningen.

De Bo-ex geeft aan, dat oudere huurders zich vaak pas inschrijven als het noodzakelijk wordt. Dan wordt de wachttijd te lang. Boex pleit daarom om woonduur als voorrangscriterium bij de toewijzing van huurwoningen in ere te herstellen.

Voorzieningen in een levensloopbestendig huis

* Enkele aanwezigen maken opmerkingen over de vraag naar ouderenwoningen:

De vraag is divers en luistert nauw. Prijs, locatie, omvang, bijgeleverde diensten, service/zorg, ‘wellness”, doelgroep/leefstijl spelen in onderlinge relatie een bepalende rol. Een ontwikkelaar geeft het voorbeeld dat hij op zich geschikte woningen niet aan ouderen kon verkopen. Woonzorg Nederland heeft daar onderzoek naar laten doen. Senioren die aan vitaliteit inboeten zoeken een concept waar ze zich in thuis voelen. Daarbij spelen aspecten als leefstijl, gezelligheid, service/zorg een rol. Verschillende groepen senioren zoeken zeer verschillende concepten. Koop versus huur is niet meer dan één van die factoren. Gedegen onderzoek naar de vraag en duidelijkheid is voorafgaand aan een bouwplan.

De wethouder constateert, dat de corporaties in Oost relatief weinig bezit hebben en zeer weinig seniorenwoningen in de sociale huursector. De corporaties beamen dat maar geven aan dat zij ook geen locatie hebben om iets te realiseren.

* Veel mensen willen liefst in eigen huis, zo niet dan toch in de onmiddellijke omgeving blijven wonen. Bouwfonds Nederland heeft een aanpak ontwikkeld, waarbij kleine delen van grote complexen worden gesloopt en vervangen door woningen die geschikt zijn voor ouderen. Anderen noemen de mogelijkheid om bij grotere woningen de bovenste etages te verhuren met afspraken over vormen van hulp.

Andere bouwers geven aan, dat dat in huurcomplexen wellicht mogelijk is.  Het aankopen en slopen c.q. verbouwen van panden in de duurdere wijken van Oost is financieel meestal onhaalbaar.

*Zowel ontwikkelaars als corporaties geven aan: locatie, locatie, locatie. Locaties zijn schaars in Oost. De wethouder adviseert dan ook om ook over de grenzen van de wijk Oost heen te kijken, bijvoorbeeld naar de Veemarkt in Noordoost. Hij ziet in Oost alleen nog mogelijkheden in de omgeving van het Diac.

Conclusies:

Desgevraagd geeft wethouder Bosch aan, dat hij het niet nodig vindt om in een of andere vorm een organisatie rond dit thema op te tuigen. Hij vindt het prima als het wijkbureau over een jaar met betrokken partijen bekijkt wat er op dit terrein gebeurd  is.

Hij staat positief open voor initiatieven. Als er ideeën zijn, of informatie nodig is, kan dat via het wijkbureau.

Hij ziet alleen in de omgeving van het Diac  potentiële locaties voor ouderenhuisvesting. Hij zegt toe bij besluitvorming over de toekomst van deze locaties deze functie bovenaan  de voorkeurslijst lijst te willen zetten als de gemeente eigenaar is.

Hij zal met de directeur van SSH, als eigenaar van het KPNterrein van gedachten wisselen over de mogelijkheid om op dat terrein naast studentenwoningen ook iets voor deze categorie te doen.

Op de vraag of de gemeente een aktieve rol wil spelen in de gebiedsontwikkeling (KPN, Diac, Zusterflats UMC, wellicht HKU, Kohnstamm) antwoordt hij in principe positief. Ook over dit onderwerp zal hij met de directeur SSH van gedachten wisselen.

Ontwikkelaars en corporaties geven aan graag te willen bouwen voor deze groep als er locaties beschikbaar zijn. Boex dringt aan op opname van woonduur als criterium bij de woningtoewijzing om ouderen sneller te kunnen laten verhuizen.

Met dank aan Harrie Urlings van het wijkbureau Oost/Noordoost voor het verslag.